Apotheekmuseum en Kruidentuin - Geschiedenis

Rond één van de mooiste marktpleinen, omringd met 95 lindebomen, prijken de oude gevels in Maasstijl. Achter een van de gevels, nr. 46 (bouwjaar 1695), bevindt zich de oudste privéapotheek van België. Gedurende 250 jaar hebben hier vanaf 1704 tot 1959 zes generaties apothekers gewerkt.

Namen apothekers 

De eerste gekende apotheker is Engelbert Lanckbein uit Aken. Hij was apotheker van 1704 tot 1745. Zijn belangrijkste bijdrage was de ingebruikname van het receptenboek, vanaf 1718. In dit waardevolle register tekende hij alle belangrijke voorschriften en geneesmiddelen op, in het Nederlands, Frans en het Latijn. In 1745 nam Johannes Lanckbein het ambt van zijn vader over tot 1777, het jaar waarin de apotheek te koop werd aangeboden.

Thomas Botti kocht de apotheek in 1778. Hij was afkomstig uit Maastricht en trouwde in 1782 in Sittard met Maria Elisabeth Housmans. Een belangrijke meerwaarde die hij leverde is de aanleg van het ‘Register der vergiften’ van 1812 tot 1817. Het document werd voornamelijk gebruikt om de aankoop van de vergiften op te lijsten, waarbij zowel de verkochte hoeveelheid als de naam van de koper genoteerd werd. De koper diende deze verklaring ook te ondertekenen. Dit document werd op 17 juni 1812 ondertekend door voormalig burgemeester Matthay.

Thomas Botti stierf in 1823 en kende geen rechtstreekse opvolger. Daarom kreeg Hendrik Dreissens de kans om tot aan de dood van mevrouw Housmans, echtgenote van Thomas Botti, in 1831 de apotheek te leiden. Hendrik Dreissens was langs moederszijde familie van zijn voorganger. Na het overlijden van mevrouw Housmans kreeg Hendrik Dreissens de kans om de apotheek over te nemen en deze op zelfstandige basis te runnen. Hij had enig wetenschappelijk aanzien verworven door een studie over een mossel die hij aantrof in het kanaal tussen Luik en ’s Hertogenbosch. Zijn boeken en zijn collectie gesteenten worden bewaard in de bibliotheek van de Kruisheren in Maaseik. In 1862 stierf Hendrik Dreissens ongehuwd.

Adam van Venckenray nam in 1863 de fakkel over en zou gedurende 50 jaar het ambt van apotheker uitvoeren. Uit zijn huwelijk met Anna-Maria-Hubertina Culmsée in 1865 werden 6 volgelingen geboren. De jongste zoon Guillaume Maria Joseph zou samen met zijn vader de apotheek uitbaten tot in 1911. In 1901 behaalde Guillaume als eerste een universitair diploma als apotheker in Luik.

Na de dood van de laatste apotheker, Guillaume Van Venckenray, in 1959 kwam het pand “Den Blauwe Leeuw” en de inboedel in handen van de Stad Maaseik. Vanaf 1964 werd de apotheek verbonden met het Regionaal Archeologisch Museum en opengesteld voor het publiek.

Bij het betreden van de apotheek word je ondergedompeld in de geschiedenis van de artsenij en drogisterij; oude toonbanken, laden met kruiden, de vergiftenkast (1804), houten (16de eeuw), Delfts blauwe (17de eeuw) en tinnen potten (18de eeuw), diverse vijzels, de pillenplank en spatels ademen de sfeer uit van lang vervlogen tijden, toen het beroep van apotheker nog een ambacht was.

Zeker een bezoek waard is de kruidentuin achter de apotheek. Naar aanleiding van een archeologisch onderzoek in 1985 in de beerput van de apotheek en de vondst van verschillende pollen werd de oorspronkelijke kruidentuin gereconstrueerd met diverse geneeskrachtige kruiden, keukenkruiden en kruiden die men gebruikte in de drogisterij.

Contactinformatie