Schenking van documenten oud-burgemeester Herman Schoolmeesters

In april 2016 schonk  dhr. Jan Schoolmeesters uit Wezembeek verscheidene belangrijke documenten inzake zijn overgrootvader de Maaseiker oud-burgemeester Herman Simon Jacques Schoolmeesters (°7-09-1818 – 10-03-1872).

Deze documenten handelen o.a. over zijn notarisschap, zijn aanstelling als burgemeester, plaatsvervangend rechter en provincieraadslid en dateren uit de periode van 1846 t.e.m  1869.

In de 19e eeuw bekleedden de Schoolmeesters verschillende functies in Maaseik, gaande van burgemeester, notaris, griffier tot bankier. De vader van de schenker Jan Schoolmeesters werd geboren in 1890 en was de zoon van de bankier Mathieu S.M. Schoolmeesters, één van de twe zonen van burgemeester Herman schoolmeesters. De huidige nakomeling Jan Schoolmeesters erfde van zijn vader een aantal documenten over Maaseik, die hij tot heden zorgvuldig bewaarde en aan de stad Maaseik schonk.

De documenten liggen ter inzage op het oude stadhuis te Maaseik, mits afspraak: 089 56 05 43 of mail naar francine.beirnaert@maaseik.be.

Een stukje Maaseiker geschiedenis uit de vorige eeuw

burgemeester Herman SchoolmeestersHerman S. J. Schoolmeesters was notaris te Maaseik en was meer dan 20 jaar liberaal lid van de Provincieraad. Van 1854 tot 1872 was hij burgemeester van onze stad, de 4e  sinds de onafhankelijkheid van België. Tijdens zijn legislatuur werd de aanzet tot de treinverbinding Hasselt-Maaseik geleverd, die 2 jaar na zijn dood werd voltooid. Bovendien ijverde hij voor de bouw van het voormalig ziekenhuis dat sommige Maaseikenaren wellicht nog als bejaardenhuis hebben gekend en nu al lang verdwenen is. Ook de plaatsing van het standbeeld van Jan en Hubert van Eyck in 1864 was één van zijn belangrijke verwezenlijkingen.

De zorg voor armen en zieken

Vanaf het begin van de jaren 1860 ijverde burgemeester Schoolmeesters voor de oprichting van een nieuw ziekenhuis. Het ontbreken van een behoorlijk hospitaal in hun stad was veel Maaseiker burgers een doorn in het oog. Rijkelui konden zich thuis laten verzorgen of in een ziekenhuis in Maastricht, Antwerpen, Luik of Brussel, maar voor de minder vermogende zieken was een ziekenhuis in eigen stad de enige oplossing. Het voordeel was dat de nationale overheid de bouw van ‘moderne’ ziekenhuizen begon te stimuleren.

Op 21 november 1864 besliste de gemeenteraad unaniem tot de stichting van een hospitaal, zodra de nodige financiële middelen en personeel voorhanden waren. Pas in september 1871 werden de eerste zieken opgenomen. Ook de bejaarden en wezen woonden voortaan in het gebouwencomplex van het nieuwe ziekenhuis.

De zusters verzorgden bejaarden en zieken en zorgden voor de opvoeding van de weesmeisjes. De bejaarden die er verbleven, leidden een bijna kloosterlijk bestaan. Zo werden mannen en vrouwen zoveel mogelijk van elkaar afgezonderd. Ze mochten enkel met elkaar spreken in het bijzijn van een zuster. En enkel met de toestemming van een zuster mochten de bejaarden gaan wandelen, maar gemengd wandelen was niet toegestaan. Voor de middag moesten de mannen aardappelen schillen en de bejaarde vrouwen die dat konden, mochten wat huishoudelijk werk verrichten.

Het eigenlijke ziekenhuis bestond uit twee zalen, een voor mannen en een voor vrouwen. Daarnaast waren er kamers voor de gegoede patiënten. Indien zij bijbetaalden konden ze extra voedsel krijgen.

In februari 1872 brak in Maaseik de besmettelijke en zeer gevreesde pokkenziekte uit. Gevreesd omdat zij dodelijk kon zijn en vooral in het gezicht zware littekens kon nalaten. Burgemeester Schoolmeesters, die de patiënten elke dag ging bezoeken, raakte zelf besmet en overleed op 10 maart op 53-jarige leeftijd.

(Maaseik; Ontstaan en groei van een grensstad – Stadsbestuur Maaseik)

Contactinformatie